Valkenburg
Ons jaarlijkse bezoek aan een kerstmarkt. Dit keer in Valkenburg. De grotten leken mij altijd al leuk om een keer te bezoeken. Mijn lief had een overnachting geboekt in een pension met een reservering voor de gemeentegrot. Het gaat al een tijdje dat er spanningen tussen ons zijn. Mijn hoofd had er absoluut geen zin in en op de heenreis was de spanning bijna ondraaglijk. Maar iets in mij zei dat het nu tijd was dat ik een lichtbaken voor hem mocht zijn. In plaats van al die keren dat hij een lichtbaken voor mij is geweest. Als we echt van elkaar houden, dan mag je voor elkaar gaan. Zo gezegd, zo gedaan.
De spanning liep steeds hoger op. Hij maakte zich ernstig zorgen om ons en ik voelde dat ook. Op een gegeven moment moest ik huilen en ik liet het er maar zijn. In ons samenzijn mag alles er zijn, dus ook de niet leuke momenten. Dat is iets wat we allebei mogen leren.
Onderweg stopten we nog bij een tankstation voor een beker koffie en een toiletbezoek. Het is tegenwoordig op elk toiletgebouw een hype dat er vogeltjes fluiten en natuurgeluiden te horen zijn. Dat vind ik heel rustgevend, ware het niet dat het geluid best wel hard aan stond. Dit maakte het meer storend dan rustgevend. In mijn beleving hoort het gewoon wat achtergrondgeluid te zijn. Ik verliet de wc. om mijn handen te wassen. Buiten de wc. stond een dame te wachten en ik glimlachte naar haar. Ze glimlachte terug en ze liep de wc. in.
Eenmaal weer buiten met een heerlijk mokka koffie, reden we weer verder naar onze bestemming. De auto reis duurde maar liefst vier uur, het vloog echter voorbij. Na een tijdje maakte de spanning plaats voor liefde. Eindelijk weer een beetje vertrouwen een gevoel van dat het wel goed komt.
In het centrum van Valkenburg was het heel druk. Een immens, lange rij wachtende mensen voor de Fluweelengrot. Wij besloten eerst in te checken in het pension, schuin tegenover de Fluweelengrot. J. ging eerst vragen waar hij kon parkeren en het bleek aan de achterkant van het pension te zijn. Het pension was heel mooi versierd met kerstverlichting, zoals heel Valkenburg. We liepen door de tuin richting de voordeur en binnen rook het naar vers gebakken lekkernijen. We kregen de sleutel van onze kamer, nummer 6 en verdwenen naar boven. Drie trappen later kwamen we aan bij de bovenste verdieping. Achter de deur die open stond, zag ik een portret van Egyptische kunst. Synchroniciteit, want dit soort portretten trekt mij aan. We besloten eerst de kamer te gaan bekijken. J. keek hoe laat de reservering van de gemeentegrot was gemaakt en we dachten om half vier, maar het bleek iets eerder te zijn. Half drie en we moesten er tien minuten van tevoren aanwezig zijn.
‘We hebben net vier uur stil kunnen zitten in de auto’, zei ik. Na wat mensen te hebben gevraagd waar het is, kwamen we aan bij een lange rij. Voor mij zag ik weer de dame die bij het tankstation op de wc. stond te wachten. Dat is toch bizar.
Op de kerstmarkt hebben we vooral lekkernijen gekocht, cannoli, likeur in grappige flesjes in de vorm van een ‘gingerbreadman’. Er waren hele leuke lantaarns die je buiten hangen kan, maar deze werkten op batterijen. Dit stond mij tegen. Het leukste vond ik het fotohokje. We hebben bijna geen foto’s van ons samen, dus dit was onze kans. Het voelde alsof we elkaar weer een stukje terug hadden gevonden en we weer als vanouds flauw typetjes na deden. De Amsterdamse Sjaan en Sjon.
Na een heerlijke maaltijd in een restaurant en een wandeling door Valkenburg, hoorden we een rij scooters langs ons scheuren. In de verte klonken politieauto’s. J. zei ‘Die zijn op de vlucht’. Het weggetje liep richting een heel ander dorp en er was geen weggetje richting ons pension, dus besloten we terug te gaan. Onderweg stonden nog meer scooterrijders te praten over wie er was aangehouden. En ja hoor, een stuk verderop twee politieauto’s met zwaailampen en een jongen met een scooter. Verderop nog vijf politieauto’s met een hele bende scooterrijders. ‘Wat een leuke stad is dit!’, grapten wij cynisch. Waarom lopen wij juist net hier in ‘the middle of nowhere’ waar jongelui achtervolgt worden.
Na heel wat trappen te hebben afgelopen, waren we weer aangekomen bij het pension. Iets in mij zei: Maak een foto van de Egyptische kunst, zodat ik het nog kon bestuderen. Op de afbeelding bleken Isis en haar zoon Horus te staan. Horus heeft het hoofd van een valk. Horus houdt een ankh vast. Ik denk terug aan hoe ik als dertienjarig al een ankh en oog van ra tekende in mijn dagboek. Ik wist ook dat ik ooit dingen kon optillen met mijn geest. In een ander leven, maar nu is dit nog nooit gelukt. Dat is toch gek dat je je dat als kind nog kunt herinneren. Ook droeg ik een ketting met een adelaarskop. Blijkbaar was dit vroeger al een krachtdier die bij mij was, toen nog onbewust. Ik was helemaal fan van de film Matilda. Zij had immers deze bijzondere krachten. Ik weet nog dat ik een boekenbespreking hielt over het boek. Het leukste hieraan vond ik dat de klas in lachen uitbarstte toen ik een stuk voorlas.
J. en ik kregen het over Egypte en ik liet hem zien hoe Nefertiti eruit zag. We stuitten op een filmpje dat ging over haar borstbeeld en hoe het niet echt schijnt te zijn. Wat maakt dat nou uit. In een meditatie die ik ooit had, zag ik haar voor mij. Daarna voelde ik mij heel machtig en keek uit over het volk. Ik voelde mij heel sterk. Vervolgens voelde het alsof ze het volk had belazert en de mensen keerde zich tegen haar. Dit voelde niet prettig. Ik kreeg niet te zien wat. Daar gaat het ook niet om, maar meer om de nare gevoelens die hier bij komen kijken aan te gaan zonder oordeel. Sindsdien voel ik mij verbonden met haar.
We kwamen in het filmpje tot de ontdekking dat ze getrouwd was met Achnaton, een farao. Ze kregen zes dochters samen. Na Achnatons dood, bleek Nefertiti in staat om zich als strijder te manifesteren in een mannelijke wereld. Na het filmpje, waarin we niet veel wijzer waren geworden over de echtheid van de buste van Nefertiti. We besloten te gaan slapen, maar we konden de slaap niet vatten. Juan voelde zich weer heel onrustig. Ik besloot dat ik hem wilde troosten, omdat ik zoveel van hem hou. Na gepraat te hebben en er voor elkaar te zijn, en wat liefdesspel, vielen we eindelijk heerlijk in slaap.
De volgende morgen stond er een heerlijk, uitgebreid ontbijt op ons te wachten. Wat een verwennerij! Na het ontbijt moeten we even roken en dan besluiten we om de ruïne te bezoeken vlakbij ons pension. Ik heb altijd een heel ander beeld van kastelen. Ik denk altijd bij kastelen aan een groot gebouw met veel vertrekken binnenin. Lekker knus en warm, maar niets is minder waar. De mensen leefden meer buiten en veel binnenruimtes waren er niet. Alleen de ridderzaal, maar dat was een immense ruimte. Het is best een toeristische plek. Ik ben best wel vermoeid geraak en wil eigenlijk wel weer naar huis. We besluiten maar naar de auto te lopen.
Onderweg stoppen we nog bij een benzinestation. Als ik terug kom van de wc. zegt Juan 'Je raadt nooit wie hier zijn?'. 'Nou, wie dan?', vraag ik nieuwsgierig. 'De mensen die gisteren bij ons in het restaurant zaten te eten, een tafel verderop'. Dat is maf, dat je mensen tegenkomt waarvan je verwacht dat je ze nooit weer tegen komt en uitgerekend van de ik weet niet hoeveel tankstations, komen we elkaar hier tegen. Wat zou dat toch betekenen?, vraag ik mij af.
Na een lange reis zijn we blij dat we weer thuis zijn. We hadden het nodig om er samen op uit te trekken. Tijd voor elkaar, dat is zo belangrijk! Het gevoel dat je maatjes bent en weer op één lijn ligt. Dankbaar voor het weekend weg!
Reactie plaatsen
Reacties